Activiteiten
• Diavoorstellingen en Rondleidingen
Diavoorstellingen en Rondleidingen
Activiteiten van de educatieve dienst
Tickets:
te koop aan de kassa
Ingang:
Koningsplein 3, 1000 Brussel
Afspraak:
aan de infobalie
Inlichtingen
Educatieve dienst
tel. 02 508 34 50
fax 02 508 32 32
internet:
www.fine-arts-museum.be
Rondleidingen:
te reserveren bij de educatieve dienst: 02/508 34 50
Middagvoordrachten
Onze musea verrijken zich regelmatig met nieuwe aanwinsten. In de laatste sessies van de cyclus middagvoordrachten belichten we een werk uit het museum voor oude kunst en een werk uit het museum voor moderne kunst.
woensdag 19 april om 13.40 uur
Thomas Ruff, W.H.S. 02
Frederik Leen
woensdag 26 april om 13.40 uur
Jan I Van Balen (Antwerpen 1611 – 1656), De ontvoering van Europa
Joost Vander Auwera
Broodje Brussel
donderdag 13 april om 13 uur
Christus aan het kruis’
Jan Florizoone
In de paastijd is het een gewoonte om de passies van Bach op te voeren. Het drama is ook vertolkt door schilders in voorbij eeuwen. De Koninklijke Musea bieden prachtige voorbeelden. Je ziet visioenen over eenzaam lijden van de Vlaamse Primitieven en Barokke kunstenaars.
donderdag 18 mei om 13 uur
Wandelvoordracht in de tentoonstelling ‘Bing’
Marianne Knop
Siegfried Bing slaagde erin met behulp van zijn omvangrijke fortuin in combinatie met zijn ondernemerstalent zijn droom te verwezenlijken, namelijk de introductie van Japanse kunst bij westerse ambachtslieden, met de bedoeling nieuwe voorwerpen voor de woninginrichting te produceren en met als resultaat een totaal nieuwe stijl die de naam van zijn winkel draagt: L’Art Nouveau.
donderdag 15 juni om 13 uur
Wandelvoordracht in de tentoonstelling ‘Bing’
Marleen Piryns
Op 26 december 1895 opende Siegfried Bing in Parijs een nieuwe winkel. De naam ervan “L’ Art Nouveau” werd meteen de naam voor de nieuwe stroming die hij promootte. Via zijn kunsthandel vestigde hij de nadruk op de vernieuwende decoratieve kunsten van zijn tijd. Hij benadrukte eveneens de band met de Japanse kunstvormen, waarvoor hij zijn voorliefde deelde met heel wat kunstenaars.
Zondagwandelingen
De periode van 1900 krijgt grote aandacht in het museum voor Moderne Kunst. De tentoonstelling ‘Bing’, de nieuwe opstelling van de 19de en 20ste eeuw en de dossiertentoonstelling van Meunier bieden een mooi panorama. Op een zondag in de maanden april, mei en juni kan je een wandelvoordracht over de kunst van het fin-de-sciècle volgen.
zondag 23 april om 11 uur
Kathleen Adriaensen
zondag 21 mei om 11 uur
Marianne Knop
zondag 18 juni om 11 uur
Marleen Piryns
Evenement
zondag 14 mei om 11 uur
Het museum voor moderne kunst opnieuw bekeken
Het museum ondergaat een periode van drastische veranderingen: de opstelling van een Magritte-museum aan het
Koningsplein, de heraanleg van de ingang oude kunst aan de Regentschapsstraat, de bouw van een nieuwe cafetaria, het verwijderen van asbest in de tijdelijke tentoonstellingszalen.
Dat alles heeft geleid tot een tijdelijke herschikking van het museum moderne kunst. De verzameling 19de en 20ste eeuw is teruggebracht tot drie
niveaus (-5, -6, -8). Tijdens deze wandelvoordracht belichten we de nieuwe opstelling en gaan wat dieper in op enkele concrete werken.
Internationaal colloquium
11-12 mei 2006
Siegfried Bing en België
Art Nouveau rond de eeuwwisseling: netwerken, instellingen en kunsthandelaars (1895-1905)
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
Groot auditorium
Koningsplein 3
1000 Brussel
De tentoonstelling L’Art Nouveau. Het Huis Bing, die van 17 maart tot 23 juli 2006 in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België plaatsvindt, nodigt uit om kennis te maken met de verzamelaar en kunsthandelaar Siegfried Bing, een van de hoofdfiguren van de Art Nouveau beweging. Zijn galerie L’Art Nouveau werd in 1895 te Parijs geopend en droeg sterk bij tot de uitstraling van de beweging op het einde van de 19de eeuw. Deze galerie speelde immers een belangrijke rol in de promotie en verspreiding van de Europese artistieke avant-garde. De scherpzinnige geest van haar eigenaar was niet alleen een stimulans voor de kunstenaars van de tijd (bv. Van Gogh kocht er Japanse prenten…) maar ook voor de samenwerking tussen de verschillende Art Nouveau centra. De tentoonstelling legt de nadruk op de veelzijdige en internationale dimensie van de galerie van Bing. Het publiek kan er tal van Art Nouveau pronkstukken bewonderen, ook van Belgische makelij, die ooit door de galerie werden verhandeld. Het colloquium toont dezelfde verscheidenheid aan thema’s als de tentoonstelling. Het heeft tot doel het eigen Belgische karakter van de ontwikkeling van de Art Nouveau op het eind van de 19de eeuw te belichten, en in het bijzonder dat van de sierkunsten. Volgende onderwerpen zullen aan bod komen: de verspreiding en de promotie van de avant-garde in België (de kringen en tijdschriften zoals Les XX, La Libre Esthétique, L’Art Moderne), de samenwerking tussen Bing en sommige Belgen (Henry van de Velde, Constantin Meunier, de Cercle artistique et littéraire), het verschijnsel van de “kunsthuizen” (zoals La Maison d’art aan de Gulden Vlieslaan te Brussel), de handel in Art Nouveau siervoorwerpen, het Japonisme in België, de ontwikkeling van officiële instellingen rond de Art Nouveau. Het geheel van de problematiek die achter Bing en zijn galerie te Parijs schuilgaat, vindt een equivalent in België. Uitgaande van de tentoonstelling zal het colloquium deze in een nieuw perspectief plaatsen, onder meer dankzij de bijdrage van Belgische en buitenlandse vorsers.
In het kader van het colloquium wordt de tentoonstelling L’Art Nouveau. Het Huis Bing bij uitzondering op donderdag 11 mei van 10 tot 21 uur geopend.
Inlichtingen en inschrijvingen
Virginie Devillez
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
Museumstraat 9
1000 Brussel
Tel. : 02 / 508.33.91
Fax : 02 / 508.32.32
Inschrijvingsgeld
Individueel: € 10,00
Senioren, studenten: € 7,50
Mindervaliden en hun begeleiders, werkzoekenden, leerkrachten: € 3,50
Vrienden van de KMSKB: gratis
Het inschrijvingsgeld kan op de dag van het colloquium zelf betaald worden of op voorhand door storting op het rekeningnr. 310-037580-14 met de vermelding “Colloquium Bing”. Deze inschrijving verleent gratis toegang tot de tentoonstelling L’Art Nouveau. Het Huis Bing op donderdagavond 11 mei van 17 tot 21 uur. De koffiepauzes worden door de organisatoren van het colloquium aangeboden. De personen die op donderdag 11 mei, van 13 tot 14.30u
samen met de voordrachtgevers aan de buffet-lunch, wensen deel te nemen, worden verzocht hun aanwezigheid vóór 9 mei te bevestigen en de som van € 15,00 te betalen, hetzij ter plaatse, hetzij op voorhand door storting op het rekeningnr. 310-037580-14 met de vermelding “Colloquium Bing Buffet”.
Dit colloquium wordt georganiseerd met de steun van het FNRS — Fonds national de la Recherche scientifique / NFWO Nationaal Fonds voor wetenschappelijk Onderzoek ?)
Wetenschappelijk comité
Werner ADRIAENSSENS, verantwoordelijke voor de collecties van nijverheidskunst van de 20ste eeuw in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel, lector aan de Vrije Universiteit Brussel
Edwin BECKER, hoofd tentoonstellingen, Van Gogh Museum, Amsterdam
Michel DRAGUET, geaggregeerde doctor in de kunstgeschiedenis, algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, hoogleraar aan de Université libre de Bruxelles
Serge JAUMAIN, doctor in de geschiedenis, hoogleraar aan de Université libre de Bruxelles
Claire LEBLANC, doctor in de kunstgeschiedenis, wetenschappelijk medewerker bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis
Claire VAN DAMME, doctor in de kunstgeschiedenis, gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent
Yvette VANDEN BEMDEN, doctor in de kunstgeschiedenis, hoogleraar aan de Facultés universitaires Notre-Dame de la Paix, Namur
Verloop van het colloquium
11 mei 2006
9.00-9.15: accueil/ontvangst
9.15-9.45:
Claire LEBLANC, collaborateur scientifique Musées royaux d’Art et d’Histoire, Bruxelles
Vers l’Art Nouveau. Les arts décoratifs en mutation au XIXe siècle en Belgique
9.45-10.15:
Françoise AUBRY, conservatrice du Musée Horta à Saint-Gilles, Bruxelles
L'Art Nouveau ou comment placer l'art au cœur de la vie quotidienne
10.15-10.45:
Edwin BECKER, hoofd tentoonstellingen, Van Gogh Museum, Amsterdam
Eenvoudige schoonheid versus excentrieke versierlust: De receptie van de Belgische Art Nouveau in Frankrijk en Nederland
10.15-11.15: questions/vragen
11.15-11.30: pause/pauze
11.30-12.00:
Michel DRAGUET, directeur général des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, Bruxelles
Les personnalités et les lieux de l’avant-garde décorative en Belgique (Les XX, La Libre Esthétique…)
12.00-12.30:
Jane BLOCK, professeur University of Illinois, Urbana-Champaign, USA
La Maison d'art: une expérience d'Edmond Picard entre commerce et esthétique
12.30-13.00: questions/vragen
13.00-14.30: buffet
14.30-15.00:
Gabriel P. WEISBERG, professor of Art History, University of Minnesota, Minneapolis, USA
Siegfried Bing, Belgium and the Vision of La Maison Moderne in the 1890s
15.00-15.30:
Serge JAUMAIN, professeur d’Histoire à l’Université libre de Bruxelles
Le commerce de l’Art Nouveau et les grands magasins en Belgique
15.30-16.00: questions/vragen
16.00-16.15: pause/pauze
16.15-16.45:
Ingrid GODDEERIS, wetenschappelijk attaché bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
De Belgische kunsthandelaar Léon Gauchez (1825-1907), een tijdgenoot van Siegfried Bing
16.45-17.15:
Werner ADRIAENSSENS, conservator van de afdeling Decoratieve Kunsten, Kunstnijverheden en Grafische Kunsten van de 20ste eeuw, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel
“Het comité voor Moderne Kunstnijverheden”. De oorsprong en vorming van een officiële art-nouveaucollectie in België
17.15-17.45: questions/vragen
18.00: visite de l’exposition/bezoek aan de tentoonstelling
12 mei 2006
9.00-9.15: accueil/ontvangst
9.15-9.45:
Francisca VANDEPITTE, conservator Moderne Beeldhouwkunst en conservator van het Constantin Meuniermuseum, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
Constantin Meunier & Bing: tussen realisme en art nouveau
9.45-10.15:
Dominique MARECHAL, conservator schilderkunst 19de eeuw, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
Frank Brangwyn et l’Art Nouveau
10.15-10.45:
Lieven DAENENS, directeur van het Design Museum Gent
Henry van de Velde en Parijs: succes en teleurstelling
10.15-11.15: questions/vragen
11.15-11.30: pause/pauze
11.30-12.00:
Elisabeth CESCUTTI, étudiante en Histoire de l’Art, Université libre de Bruxelles
Bing, organisateur de l’exposition de peinture et d’estampe japonaise au Cercle artistique et littéraire de Bruxelles en 1889
12.00-12.30:
Chantal KOZYREFF, conservateur des Musées d’Extrême-Orient, Musées royaux d’Art et d’Histoire, Bruxelles
Bing et les Musées royaux des Arts décoratifs et industriels, Bruxelles
12.30-13.00: questions/vragen — conclusion/conclusie
Samenvatting van de voordrachten
Claire LEBLANC, collaborateur scientifique Musées royaux d’Art et d’Histoire, Bruxelles
Vers l’Art Nouveau. Les arts décoratifs en mutation au XIXe siècle en Belgique
Si les arts décoratifs connaissent un incontestable essor à la fin du XIXe siècle et au début du XXe – signifié notamment par leur épanouissement stylistique, leur changement de statut parmi les arts et celui de leurs missions au sein de la société – la communication insistera sur les étapes fondatrices de ce moment exceptionnel de l’évolution décorative. En effet, cette situation d’épanouissement ne consiste pas en un moment « miraculeux » de la création et, au-delà des sources attestées (le courant néo-gothique, le mouvement des Arts & Crafts…), un large mouvement de réforme des arts décoratifs – amorcé aux premières heures du XIXe siècle – se déploie en Belgique et nourrit directement l’apparition du mouvement Art Nouveau. Le rayonnement du secteur décoratif à la fin de siècle repose sur une réforme approfondie et progressive de son statut, de ses structures et de ses missions. La communication mettra en lumière les acteurs principaux, les épisodes importants, les orientations et les enjeux fondamentaux de ce mouvement méconnu.
Françoise AUBRY, conservatrice du Musée Horta à Saint-Gilles, Bruxelles
L'Art nouveau ou comment placer l'art au cœur de la vie quotidienne
Créer une œuvre suffisamment personnelle et vivante pour qu'il ne soit pas nécessaire d'y apposer une signature pour que le passant l'identifie (Victor Horta), concevoir un foyer pour les siens selon sa volonté et selon son cœur (Henry van de Velde), populariser le sens esthétique et mettre en œuvre rationnelle tous les matériaux et produits de l'industrie moderne (Gustave Serrurier-Bovy), faire travailler l'imagination créatrice des artistes en dehors de toute copie, penser aux nouveaux matériaux (Paul Hankar). Les quelques principes énoncés par les créateurs majeurs de l'Art Nouveau belge révèlent les aspirations d'un mouvement qui voulut offrir à la nouvelle bourgeoisie un cadre de vie artistique et moderne, une démarche accompagnée par une réflexion sur l'unité de l'art, la conversion de l'artiste en artisan et les modes de production et de diffusion des objets. Mais pendant que se déroulait le débat d'idées, Horta, Hankar ou Wolfers pouvaient exiger l'excellence de tous ceux qui travaillaient pour eux : ferronniers, tailleurs de pierre, verriers... Ces créateurs renient l'imitation des styles et trouvent encore une main d'œuvre au métier sûr qui s'adapte au nouveau style. On pourrait peut-être résumer l'Art Nouveau belge en montrant la quête du cachet artistique chez l'architecte et la pratique du métier d'art par les peintres ou sculpteurs.
Edwin BECKER, hoofd tentoonstellingen, Van Gogh Museum, Amsterdam
Eenvoudige schoonheid versus excentrieke versierlust: De receptie van de Belgische Art Nouveau in Frankrijk en Nederland
Toen Siegfried Bing op 26 december 1895 in Parijs de deuren van zijn vernieuwde galerie L’Art Nouveau opende voor het publiek, was de belangstelling voor diens aanpak bijzonder groot. Opvallend veel Belgische kunstenaars waren in de galerie vertegenwoordigd: onder meer Fernand Khnopff, Théo van Rysselberghe en Constantin Meunier. Vooral de meubilering van Henry van de Velde of de grafische ontwerpen van Georges Lemmen, gekenmerkt door een gracieuze, maar sobere stijl, trokken de aandacht. Toch bleek niet iedereen onder de indruk van het Belgische talent. Onmiddellijk na de opening van de galerie barstte de pers los met kritieken die er niet om logen: de Franse criticus Arsène Alexandre schreef bijvoorbeeld spottend over die ‘gewiekste Belgen, die geen gevoel hebben voor lijnen’. In de Nederlandse Arts & Crafts winkel in Den Haag (1898-1904) werd in navolging van Bing’s galerie ook veel werk van Belgische kunstenaars, zoals Van de Velde, getoond. Maar net als in Parijs was ook hier de kritiek soms niet mals. Zo sprak bijvoorbeeld Jac. van den Bosch, mede-oprichter van de Amsterdamse firma ’t Binnenhuis in 1900, van excentrieke, individualistische versierlust en het najagen van effecten. Enerzijds werd de Belgische Art Nouveau dus lovend bestempeld als eenvoudig en sober, anderzijds als curieus, met een wel heel merkwaardige belijning, of als té overdadig gedecoreerd. In beide buurlanden, zowel Frankrijk als Nederland, speelden ook nationalistische motieven in die beoordeling een rol.
Michel DRAGUET, directeur général des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, Bruxelles
Les personnalités et les lieux de l’avant-garde décorative en Belgique (Les XX, La Libre Esthétique…)
Jane BLOCK, professeur University of Illinois, Urbana-Champaign, USA
La Maison d'art: une expérience d'Edmond Picard entre commerce et esthétique
La Maison d’art est considérée comme le précurseur et la source d’inspiration de l’Art nouveau, la galerie d’art parisienne de Siegfried Bing. Fondée par l’avocat et mécène Edmond Picard dans son somptueux hôtel du 56 avenue de la Toison d’Or à Bruxelles, la Maison d’art dura de décembre 1894 à juillet 1900. Picard, qui accordait une importance particulière au renouvellement de tous les aspects de la vie quotidienne et des arts, fit de la Maison d’art le vecteur de ce changement en y organisant un ambitieux programme d’expositions, de conférences, de concerts et de pièces de théâtre. Cette communication retrace l’aventure esthétique et commerciale d’Edmond Picard, analyse le contenu et les objectifs d’intentions parfois contradictoires et replace la Maison d’art dans son contexte culturel.
Gabriel P. WEISBERG, professor of Art History, University of Minnesota, Minneapolis, USA
Siegfried Bing, Belgium and the Vision of La Maison Moderne in the 1890s
When Julius Meier Graefe used the poster by Maurice Biais in 1900 for the promotion of his shop La Maison Moderne (in Paris) he reinforced several themes that were in place since the mid 1890s when he and Siegfried Bing had met with Henry van de Velde near Brussels. The importance of a shop to promote objects for the home was essential; and the shop had to convey the new design for the era. More importantly, by having a woman examine the objects inside La Maison Moderne, and to use the performer/actress Jane Avril (Maurice Biais' girlfriend) stressed the role of the new client, the new woman, in fostering an aesthetic of appreciation for redesigning the home interior. This symbolic image did, however, build on earlie themes.
These issues were becoming apparent when Siegfried Bing and his new colleague, Julius Meier-Graefe, traveled to meet with Henry van de Velde near Brussels in the mid 1890s. This historic meeting was to change their directions while reinforcing their growing vision of the importance of the applied arts. With Henry van de Velde both men gained an added perspective on the ways in which the applied arts were valued; van de Velde instilled in both of them that this was the direction for new art to take. Since the building of his own house, Blaumenwerf, was underway, both men, along with the designer, had the rare opportunity to see how the new ideas were actually being put into practice in a building and throughout the creation of modern room interiors. Recognizing that this meeting between these principal figures of the design reform movement has always remained clouded in mystery — especially since there no accurate document exists as to what was discussed — it is only by reconstructing what occurred afterwards that issues can be clarified and the paths taken by all three men understood. Following the meeting with van de Velde, Bing, as we know, set out to work carefully with designers, from Belgium and elsewhere; for his first Salon in 1895, he commissioned Van de Velde to do modern room interiors that were to serve as models, models for others. From this meeting was born the concept of the "maison moderne" that eventually became the name of Meier-Graefe's shop in Paris, and the underlying theme advocated by all as they enlisted workmen and firms to help them create the furnishings and interiors that appealed to the new buyers of the era, both young and old, who were being sought by all three as purveyors of a new aesthetic. In effect, what is symbolized by the Biais poster, and by Biais' work for Meier-Graefe, among others, was the recognition that the modern interior was the site of contestation where design issues were to be tested, examined, and if they did not work, eliminated. As Jane Avril signified in the poster many examined the art works in order to see how modern design could update home environments both before and after 1900.
Serge JAUMAIN, professeur d’Histoire à l’Université libre de Bruxelles
Les grands magasins: Art Nouveau et nouvel art de vente
L’objectif de cette présentation est tout d’abord de montrer qu’au-delà de ses éléments esthétiques, l’Art Nouveau joua un rôle fondamental dans la transformation des techniques de vente des grands magasins européens et belges en particulier. Au début du XXe siècle, il participa à une nouvelle conception du « shopping » que les dirigeants de ces grandes entreprises cherchaient à imposer comme une activité sociale voire une expérience culturelle originale, délassante et distrayante dépassant les aspects strictement commerciaux.
L’ensemble du processus de vente avait été repensé et le cadre dans lequel étaient présentés les articles devait désormais jouer un rôle fondamental. Le grand magasin cherchait à convaincre sa clientèle qu’il présentait des produits à la pointe de la modernité. Dans cette perspective, il lui était indispensable de choisir l’environnement le plus moderne, qui frapperait l’imagination des consommateurs.
Ce n’est donc pas un hasard si, à l’aube de ce nouveau siècle, des magasins bruxellois comme l’Innovation puis le Grand Bazar du Boulevard Anspach font appel aux talents de Victor Horta pour repenser leur structure. L’architecte bruxellois intègre immédiatement les nouvelles nécessités de la vente, comme en témoignent bien ses mémoires.
Pour les architectes comme pour les patrons des grands magasins, l’Art Nouveau devient donc un nouvel art de vente. Le lien entre les deux est si fort qu’il permet à ces grands ensembles commerciaux de s’imposer comme des éléments-clefs dans le processus de diffusion de ce courant artistique. En effet, à côté des cercles et autres revues destinées à une petite élite, on aurait tort de négliger l’impact de ces vastes espaces publics, voués à la distribution : ils furent, à leur manière, d’exceptionnels lieux de promotion de l’Art Nouveau auprès du grand public.
Des magasins comme l’Innovation, symboles de ce nouveau courant artistique et, par nature, très largement ouvert à la population, permirent à leur clientèle d’entrer directement en contact avec l’Art Nouveau, voire de se l’approprier. Nous montrerons qu’il convient donc de réévaluer le rôle culturel des grands magasins. Souvent, ils furent bien plus que de simples lieux de commerce, participant directement au rayonnement du travail d’un certain nombre d’architectes et des nouvelles tendances artistiques qu’ils représentaient.
Ingrid GODDEERIS, wetenschappelijk attaché bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
De Belgische kunsthandelaar Léon Gauchez (1825-1907), een tijdgenoot van Siegfried Bing
Léon Gauchez is een veelzijdig kunsthandelaar die een belangrijke rol speelt in de internationale kunsthandel gedurende de tweede helft van de 19de eeuw. Als letterkundige, kunstcriticus, expert, verzamelaar en mecenas gebruikt hij verschillende pseudoniemen waarvan de bekendste Paul Leroi en Léon Mancino zijn. Hij reist naar Amerika en Engeland en bouwt een netwerk van relaties op over de hele wereld. Te Parijs geeft hij zijn eigen kunsttijdschrift L’Art (1875-1907) uit. Ook de decoratieve kunsten liggen hem nauw aan het hart en hij is een voorstander van de oprichting van musea voor sierkunsten naar het voorbeeld van het South Kensington te Londen. Over zijn persoonlijkheid is weinig bekend maar net zoals zijn tijdgenoot Bing is hij een
mysterieuze en fascinerende figuur die niet onbesproken mag blijven.
Werner ADRIAENSSENS, conservator van de afdeling Decoratieve Kunsten, Kunstnijverheden en Grafische Kunsten van de 20ste eeuw, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel
“Het comité voor Moderne Kunstnijverheden”. De oorsprong en vorming van een officiële art-nouveaucollectie in België
De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bewaren belangrijke collecties decoratieve kunsten uit het begin van de 20ste eeuw. Deze collectievorming is historisch gegroeid. Bij Koninklijk Besluit van 1891 werd in de schoot van de Musées Royaux des arts décoratifs het Comité des industries d’art moderne opgericht. Haar belangrijkste taak was op termijn een collectie moderne decoratieve werken samen te stellen. Vanaf 1894 werden de commissievergaderingen georganiseerd in het Musée Moderne waar de salons van La Libre Esthétique en Pour l’Art werden georganiseerd. Deze tentoonstellingen waren bepalend voor het aankoopbeleid en sommige van de absolute meesterwerken van de art nouveau zoals de kandelaars van Henry van de Velde werden daar verworven.
Francisca VANDEPITTE, conservator Moderne Beeldhouwkunst en conservator van het Constantin Meuniermuseum, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
Constantin Meunier & Bing: tussen realisme en art nouveau
Deze bijdrage, die aansluit bij de dossiertentoonstelling Meunier & Bing, wenst een apart licht te werpen op de samenwerking tussen de generatiegenoten Constantin Meunier (1831-1905), realistisch beeldhouwer van het arbeidersleven uit Brussel en Siegfried Bing (1838-1905), kunsthandelaar en promotor van de Art nouveau in Parijs. Meuniers eerste solotentoonstelling bij Bing (Parijs, 1896) en zijn tweede expo, met
o.a. ook werk van Tiffany in de Grafton Galleries (Londen, 1899) worden aan een grondige vergelijkende analyse onderworpen. Deze bijdrage beoogt de weinig evidente samenwerking te verduidelijken en in een ruimer artistiek en cultureel kader plaatsen. Hiertoe wordt ook gepeild naar de betekenis van Picards Maison d’Art en de rol van de progressieve kringen in Brussel.
Dominique MARECHAL, conservator schilderkunst 19de eeuw, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
Frank Brangwyn et l’Art Nouveau
Frank Brangwyn (Bruges 1867 – Ditchling 1956), artiste britannique né en Belgique, est surtout connu comme peintre et aquafortiste, beaucoup moins comme designer et architecte. Ceci est étonnant, vu sa collaboration étroite aux projets de Siegfried Bing pour les « Galeries de l’Art Nouveau ». Pour la façade, il a non seulement réalisé les peintures décoratives qui entouraient l’entrée de part et d’autre, mais aussi des frises multicolores ainsi que des motifs très modernes, posés librement au pochoir. Ce sont précisément ces grands carrés et rectangles, aux ornements abstraits, qui ont inspiré Henry van de Velde pour Dahlia, l’un de ses premiers papiers peints. La grande originalité de l’artiste est encore illustrée par son tapis The Vine qu’il a conçu pour la salle anglaise de la même galerie, un réel chef-d’œuvre pour lequel il a cherché des idées dans certains papiers peints de son ancien patron, William Morris, et dans des estampes japonaises. La stylisation rigoureuse vire, ici aussi, vers l’abstraction, une tendance géométrique de l’Art Nouveau qui sera développée par Brangwyn dans ses meubles pour l’Exposition universelle de Gand en 1913. Pour terminer, sa collaboration à l’exposition Bing aux Grafton Galeries de Londres, en 1899, sera évoquée au travers de divers vitraux réalisés par L.C. Tiffany.
Lieven DAENENS, directeur van het Design Museum Gent
Henry van de Velde en Parijs: succes en teleurstelling
Henry van de Velde kwam reeds vroeg in zijn carrière in contact met het kunstleven van Parijs. Nog tijdens zijn opleiding ging hij in de leer bij de Franse portrettist Emile Auguste Carolus-Duran. In 1895 richtte hij voor de opening van de Parijse kunsthandel van Siegfried Bing een aantal interieurs in. In 1899 maakte hij realisaties voor La Maison Moderne van zijn vriend Meier-Graefe in Parijs. Teleurstelling liep hij op met zijn ontwerp voor het Théatre des Champs Elysées (1911); waar zijn ontwerp door de Franse architect Auguste Perret werd gewijzigd. Lof kreeg hij dan weer voor zijn inbreng in de architectuur van het Belgisch paviljoen op de tentoonstelling Parijs 1937.
Elisabeth CESCUTTI, étudiante en Histoire de l’Art, Université libre de Bruxelles
Bing, organisateur de l’exposition de peinture et d’estampe japonaise au Cercle artistique et littéraire de Bruxelles en 1889
Cette exposition de peintures et estampes japonaises qui était constituée d’œuvres d’artistes japonais qui deviendront par la suite illustres en Occident, a eu un impact considérable sur la connaissance de l’art nippon en Belgique. Elle était organisée d’une part par le célèbre galeriste Siegfried Bing, qui a procuré les œuvres, et d’autre part par le grand collectionneur belge d’art japonais, Edmond Michotte. Ce même duo Bing-Michotte a également été à l’origine d’une exposition similaire, quelques mois plus tard à Paris, qui rencontra un véritable succès sur le plan international. L’exposition de Bruxelles s’inscrit dans une période historique durant laquelle naît une véritable « japanese mania ». Dans la presse d’époque on assiste à la naissance d’une polémique opposant le modernisme au japonisme, les XX aux artistes japonais.
Chantal KOZYREFF, conservateur des Musées d’Extrême-Orient, Musées royaux d’Art et d’Histoire, Bruxelles
Bing et les Musées royaux des Arts décoratifs et industriels, Bruxelles
La présente communication concernant S. Bing ne peut avoir qu’une portée assez relative, car les Musées royaux d’Art et d’Histoire ne possèdent pas d’archives à son sujet, en tant que marchand d’art japonais. Elle devra ainsi se restreindre aux œuvres japonaises du Musée dont S. Bing a été la source directe et incontestable. Concrètement, il s’agira des peintures achetées à S. Bing lors de son exposition au Cercle artistique et littéraire de Bruxelles en 1889, ainsi que de 264 estampes japonaises acquises par l’État belge chez lui, à Paris, la même année et introduites peu après dans les collections du Musée.
Par conséquent, le propos est de replacer ces achats dans le contexte des collections japonaises qui existaient déjà alors au Musée et dans le contexte esthétique du japonisme ambiant. À partir de là, il sera intéressant de préciser les critères qui ont orienté le choix de ces œuvres et en ont déterminé les buts. L’analyse traitera essentiellement du fonds d’estampes, derrière lequel se profile la personnalité d’Edmond Michotte (1831-1914), un collectionneur belge passionné d’art japonais et client assidu de S. Bing.
Het verlangen naar schoonheid
De Wiener Werkstätte en het Stoclet huis
Vrijdag 17.02 > Zondag 28.05.2006 - Paleis voor Schone Kunsten
Meer dan duizend voorwerpen uit het MAK in Wenen en tal van internationale verzamelingen roepen samen de utopie op van de Wiener Werkstätte, het Weense atelier van sierkunstenaars.
Het design probeert vandaag zo goed en zo kwaad als het kan de saaie industriële productie te verdoezelen. Een eeuw geleden lagen de verwachtingen heel wat hoger: toen wilde men de schone en decoratieve kunsten met elkaar verzoenen en een allesomvattende wereld van schoonheid scheppen die samenspant met industrie en moderniteit. Precies uit deze gedachte kwam de Wiener Werkstätte voort. Meer dan 1000 voorwerpen illustreren het credo dat kunstenaars als Josef Hoffmann en Koloman Moser en de industrieel Fritz Wärndorfer in 1903 verkondigden. Het Stoclet huis, Hoffmanns meesterwerk, zet de tentoonstelling extra kracht bij. Horta's realisaties creëerden een gunstig klimaat in Brussel voor de ontwikkeling van het concept van een 'totaalkunstwerk'. Speciaal voor de gelegenheid ontwierp de Oostenrijkse kunstenaar Heimo Zobernig een industrieel decor uitgaande van een gefragmenteerde dubbele W, het logo van de Wiener Werkstätte.
Datum :
vanaf 17.02 tot 28.05.2006
Uren :
van 10:00 tot 18:00
Plaats :
Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat